WEEK 9

- Als hulp bij oefening 3 kan je er pijlen bij tekenen, bij de pijl noteer je dan x... (hoeveel keer je moet vermenigvuldigen).

De omtrek: is de rand van een figuur, de buitenkant, de buitenzijden.Om een omtrek te berekenen moet je alle zijden meten en dit bij elkaar optellen.De omtrek = som van alle zijden